Hans

37 jaar. Heeft twee zoons van elf en dertien. Werkt al jaren als banketbakker, zit sinds 2015 in de ziektewet. Heeft van jongs af aan depressieve klachten. Lijdt op dit moment aan een depressie. Heeft een persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken.

Doet mee aan de serie omdat hij meer bekendheid aan depressie wil geven en zijn negatieve ervaringen om wil zetten in iets positiefs.

“De tijd lijkt stil te staan. Iedereen stapt op de trein en ik blijf maar op het perron staan. Veel dingen triggeren mij tot negatieve gedachten en gevoelens. Voor mij is depressie heel vermoeiend. Ik heb het gevoel dat ik zesendertig jaar lang heb gefaald, ik voelde me niks. Ik heb veel fysieke spanning, ik isoleer mezelf en slaap heel slecht. Voor dat slapen ben ik onder behandeling bij de KNO-arts. Gelukkig wordt daar wat aan gedaan. Ik ben bezig om helemaal mezelf te worden, daarom pak ik veel dingen aan en wil ik het ook goed doen.

Ik kom uit een gezin met een oudere zus. Mijn vader had een groot drankprobleem. Dat had veel invloed op onze gezinssituatie. Mijn ouders scheidden toen ik negen was. Ik heb vanaf mijn zestiende, toen ik in de pubertijd kwam, geen contact meer met mijn vader. Dat vormt je. Ik kon het niet in perspectief plaatsen toen. Pas later kreeg ik door hoeveel invloed mijn jeugd op mij heeft gehad. Toen ik mijn vader vorig jaar na eenentwintig jaar weer zag, op zijn sterfbed, kwam ik erachter dat hij toch van me heeft gehouden. Ik zag ook de rol van mijn moeder, die niet altijd positief was, duidelijker. Dat is wel wrang.

Hans depressie stichting prachtmens
De 'buitenkantfoto': hoe Hans zich laat zien of gezien wordt

Ik ben op een gegeven moment alleen naar Kaapstad in Zuid-Afrika gegaan. Daar ontmoette ik mijn toenmalige vrouw. Samen kregen we twee kinderen. Mede door de financiële situatie en de politieke situatie daar zijn we na vier jaar, in 2004, weer verhuisd naar Nederland. Acht jaar later zijn we gescheiden en is ze met mijn kinderen teruggegaan naar Kaapstad. Sindsdien heb ik mijn kinderen niet meer gezien. Dat is behoorlijk zwaar. Ik kwam erachter dat het een vooropgezet plan was en dat er enorm veel geld mee gemoeid was.

Op mijn zestiende heb ik voor het eerst klachten gekregen en ben ik ook in therapie geweest. Mijn klachten werden toen nog niet als depressie gezien. Ik was op een leeftijd dat ik dacht: Ach ik voel me weer oke, ik heb het niet meer nodig. Dan kabbelt je leven maar verder. Vijf jaar geleden kwamen de klachten hevig terug, met angstaanvallen en paniekaanvallen. In het jaar daarna is mijn vrouw bij me weg gegaan. Ik ging maar door, werkte tachtig uur in de week en stopte alles weg. Alles gaf ik de schuld, maar ik keek niet naar mezelf en mijn gevoelens. Ik ging naar de huisarts en vertelde dat het door mijn werk kwam. Dat ik op was. Ik ging naar een bedrijfspsycholoog. Na het tweede gesprek zei hij: ‘Je moet helemaal niet bij mij zijn, er is veel meer aan de hand.’ Zo kwam ik in de molen terecht en kregen mijn klachten een naam: depressie. Ik kreeg hulp en medicatie. De diagnose was een persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken, waar depressies uit voortkomen. In eerste instantie voelde dat voor mij alsof iemand zei: ‘Je hebt de griep.’ Ik wilde me daar niet bij neerleggen. Zodra het weer iets beter ging, pakte ik alles weer op. Het was beter geweest als ik een andere beslissing gemaakt had, namelijk leren hoe ik hiermee moet omgaan.

Hans depressie stichting prachtmens
De 'binnenkantfoto': Hoe Hans zich echt voelt van binnen

Ik heb veel stemmingswisselingen en ben keihard voor mezelf. Ik ben perfectionistisch en leg de lat heel hoog. Nooit ben ik tevreden met wat ik doe. Ik maakte het mezelf zo moeilijk dat ik op een gegeven moment elke ochtend stond over te geven van de spanning. Alles moest, het was niet meer te doen. Ik wilde iets met mijn handen doen en ben banketbakker geworden. Dat moest ik dan wel perfect doen. Ik ben Nederlands kampioen banketbakker geweest. Alleen maar omdat ik wilde laten zien hoe goed ik was. Een bewijs, nu vooral voor mezelf, dat ik goed genoeg ben. Iets wat ik voor mijn vader altijd wilde zijn. Bij mijn zus zie ik datzelfde patroon.

Met de medicatie ben ik drie jaar geleden gestopt. Het vlakte me enorm af. Ik kon niet meer lachen en niet meer huilen. Er was in die tijd een emotioneel voorval in mijn leven. Ik was helemaal opgefokt en wilde mijn emoties eruit gooien. Dat lukte toen niet en daardoor ging ik hyperventileren. Dat wil ik niet meer. In overleg ben ik toen langzaamaan gestopt met de medicatie. In oktober 2015 ging het echt mis en heb ik een zelfmoordpoging gedaan. Op dat moment voelde dat goed en ik had het ook helemaal uitgedacht. Mijn relatie was over en ik zag mijn kinderen niet meer. Mijn energie om verder te vechten was helemaal op.

Ik wilde geen pijn meer. Heel bewust heb ik het weekend ervoor allerlei dingen afgehandeld. Rekeningen betaald enzo. Op dinsdag ben ik ’s ochtends begonnen met whiskey te drinken. Uiteindelijk heb ik 1,5 liter naar binnen gegooid. Samen met ongeveer zeventig pillen (die ik had bewaard nadat ik gestopt was met medicatie) en cola. In mijn onderbewustzijn heb ik berichtjes gestuurd naar mijn zus en moeder. Niet heel duidelijk, maar ze maakten daar wel uit op dat het mis was. Uiteindelijk heeft mijn moeder 112 gebeld. Ze hebben mijn voordeur ingetrapt en me naar het ziekenhuis gebracht.

Ik ben wel blij dat ik nu goede hulp heb gekregen. De omslag kwam tijdens dramatherapie. We moesten een oefening doen waarin anderen mij moesten ‘overgooien’. Ik moest me daaraan overgeven. Hoe hard ik ook wilde, ik kon de controle niet uit handen geven. Daar was ik erg door van slag, het werd zo zichtbaar. Vanaf dat moment ben ik aan het werk gegaan om mijn gedachtepatronen na te gaan en eventueel te veranderen. Om veel meer naar mijn eigen gevoel te luisteren. Ik zie dat het goed is om dingen goed te willen doen, maar het is het niet waard om er zo veel voor op te geven en mezelf zo in de weg te zitten. Nu zet ik mijn eigenschappen soms functioneel in. Bijvoorbeeld voor stoppen met roken. De strengheid die ik voor mezelf heb, gebruik ik nu daarin. Dat zorgt ervoor dat ik het echt niet meer doe. De eigenschappen die ik heb, zijn niet per definitie slecht, maar ik moet leren ze op de juiste manier in te zetten voor mezelf.

Volgens hulpverleners ben ik iemand die geen standaard depressief gedrag vertoont. Ik lig niet hele dagen in bed, ik verzorg mezelf goed. Het is heel vreemd hoe mensen daar naar kijken. Er is volgens mij geen vast gedrag dat bij depressie hoort. Wel bepaalde gedachten. In mijn werk loop ik vooral tegen vooroordelen en onbegrip aan. Ik heb het gevoel niet mezelf te mogen zijn, dat mijn problemen niet serieus worden genomen. Ook in het dorp waar ik woon, merk ik wel dat mensen me bijvoorbeeld niet meer groeten. Sommige mensen weten in welke situatie ik zit, maar vinden toch dat ik moet werken. Mijn wereld werd zo steeds kleiner en kleiner. Ik denk dan: als je niet weet waar het over gaat, of niks weet te zeggen, zwijg dan. Luister in plaats van in discussie te gaan. Vraag in plaats van aannames te doen. Ik kies niet voor deze situatie, respecteer dat. Kleineren vind ik ook heel erg, dat gebeurt helaas ook. Het is echt heel vervelend wat er gebeurd is en wat de gevolgen daarvan zijn. Een slachtoffer wil ik niet blijven, ik werk hard om eruit te komen.

Als ik iets aan de maatschappij zou kunnen veranderen dan zou het zijn hoe hard mensen tegen elkaar kunnen zijn. Ik zou willen dat oordelen en hokjesdenken verdwijnen en dat er in plaats daarvan meer openheid komt. Daarom doe ik ook mee aan dit project. Ik wil mezelf laten zien om zo ook anderen te helpen dit te doen. Ik ben bang voor negatieve reacties en heb weinig mensen verteld over dit project. Toch doe ik het. Als ik verandering wil dan moet ik daar zelf mee beginnen.

Hans depressie stichting prachtmens
Waar Hans van geniet
Hans depressie stichting prachtmens
Effect op het dagelijks leven

Ik heb ook mooie mensen ontmoet. Mensen die goede vrienden zijn geworden en mij hebben bijgestaan in moeilijke tijden. Ik zie welke mensen mij accepteren zoals ik ben en dat is fijn. Ik ben veel meer mezelf. Ik ben dertig kilo afgevallen, heb een baard en tatoeages. Dat vond ik eerder ook mooi, maar ik deed het niet omdat dat in mijn werk of omgeving niet kon. Nu doe ik veel meer wat ik zelf wil en dat voelt goed. Mijn tatoeages zijn ook een soort beloningssysteem. Ze hebben allemaal een betekenis en markeren stappen in mijn leven. De semicolon (punt-komma) staat bijvoorbeeld voor hoop in het gevecht tegen depressie, suïcidaliteit, verslaving en zelfverwonding. Het is fijn om terug te kijken en te zien welke stappen ik al heb gezet.

Inmiddels kan ik weer blij worden van dingen en voel ik me steeds meer mens. Dat is ook mijn doel. Ik kan als het ware opnieuw beginnen. Ik geniet van rust in de natuur. Bij Koeckebackers in Amsterdam kan ik mezelf zijn en groeien als mens en banketbakker. Dat is heel gaaf. Ik zal in de toekomst nog verder werken aan mezelf. Daarnaast blijf ik vechten om mijn kinderen weer te zien en vader voor ze te zijn! Dat weer kunnen doen zou een kroon zijn op alles.”

© Stichting Prachtmens, 2017. Dit verhaal en de foto’s zijn gepubliceerd met toestemming van Hans.