Jan

66 jaar. Was 32 jaar onderwijzer op de basisschool, daarna docent Engels en Inburgering op een ROC. Is nu met pensioen. Kreeg rond zijn 58e zijn eerste zware depressie. Na vier goede jaren keerde in maart 2015 de depressie terug.

Doet mee aan de serie omdat er nog zo veel onbegrip is over wat depressie met je kan doen. Wil anderen inzicht geven en lotgenoten steunen.

“Normaal gesproken ben ik een vrolijke Frans die als een globetrotter de wereld over reist en daar intens van geniet. Nu dat gevoel weg is, moet het genieten uit mijn tenen komen. Dat is het allerergste aan een depressie. Te ervaren en te moeten constateren dat die levenslust, die je zo goed kent, totaal verdwenen is.

Ik ben de oudste uit een katholiek gezin van vijf kinderen en groeide op in West-Friesland. Aan mijn lagereschooltijd bewaar ik weinig goede herinneringen. Ik werd erg gepest en daar deed de onderwijzer uit de vierde klas nog een schepje bovenop. Hij gaf me de scheldnaam Elsje-Fiederelsje. In die tijd, en zeker in een katholiek milieu, werd niet gesproken over homoseksualiteit. Zelf stak ik ook lange tijd mijn kop in het zand. Ik liep braaf in het gareel en deed vooral wat anderen vonden dat ik doen moest. In die tijd was hard werken en niet zeuren het motto. Ledigheid is des duivels oorkussen.

Pas rond mijn dertigste realiseerde ik me dat ik niet meer om mijn homoseksualiteit heen kon. Ik had gesprekken bij de Schorerstichting, toentertijd het consultatiebureau voor homofilie. Al vrij snel was mijn homo-zijn geen punt meer. Het vinden van een relatie wel. Van een psychologe hoorde ik eens dat voor gepeste kinderen de gevolgen funest kunnen zijn. Dat ze later zelfs moeilijker een relatie aan kunnen gaan, laat staan vasthouden. Ik was daardoor erg aangedaan. Nooit heb ik een relatie vast kunnen houden.

Jan depressie stichting prachtmens
De 'binnenkantfoto': Hoe Jan zich echt voelt van binnen
Jan depressie stichting prachtmens
De 'buitenkantfoto': hoe Jan zich laat zien of gezien wordt

Mijn ouders waren trots toen een decaan tegen ze zei dat ik onderwijzer moest worden. Ik was vijftien toen ik naar de Bisschoppelijke Kweekschool in Beverwijk ging. Daar kwam ik als mens tot zekere bloei. Ik kreeg meer zelfvertrouwen. Ik werd er geaccepteerd zoals ik was. Vijf jaar later stond ik voor de eerste klas op een zusterschool. Toen pas realiseerde ik me dat het nooit míjn keus was geweest en dat ik eigenlijk iets anders had willen doen. Tweeëndertig jaar gaf ik les op lagere scholen maar na drie burn-outs was ik opgelucht en blij dat ik vervolgens op een ROC aan de slag kon, in het volwassenenonderwijs. Met veel plezier heb ik dat gedaan tot mijn achtenvijftigste. Na een ontslagregeling bij het ROC wegens bezuinigingen kon ik op een particulier instituut voor inburgering lesgeven. Na drie jaar ging dat failliet, totaal onverwacht voor mij. Plotsklaps had ik geen werk meer en niet lang daarna zag ik het beruchte zwarte gat. Waarschijnlijk zijn de burn-outs ook al vormen van depressie geweest, maar ik durfde mezelf niet in dat hokje te plaatsen. Depressie was een te beladen woord voor mij en daar wilde ik niet aan.

Er gebeurde meer in die periode. In 2006 onderging ik een bypassoperatie. Ruim een jaar later werd een hiv-diagnose gesteld. Mijn wereld stortte helemaal in. Mijn spaargeld had ik ondergebracht bij Icesave. Dat ging verkeerd. En mijn hypotheek had ik in die periode overgezet naar de DSB-bank, die een jaar later failliet ging. Het leek wel of alle ongeluk in die tijd samen viel. Langzaam voelde ik me afglijden en de eerste zware depressie was een feit. Die depressie overwon ik na een lange periode van psychotherapie en medicatie. Ik kon toen niet bevroeden dat drie jaar later een volgende depressie zich zou aandienen.

Mijn opa was 34 toen hij de dood verkoos boven het leven en een jong gezin met zes kinderen achterliet. Zijn tragische dood is altijd een taboe geweest in de familie. Jaren later trof mijn neef hetzelfde lot. We waren even oud. Nu zie ik dat depressies net als vaatproblemen onderdeel van mijn genenpakket zijn. Mijn moeder vertelde me als kind dat mijn opa aan griep was overleden. ‘Dat gebeurde in die tijd.’ Ik was al behoorlijk wat ouder toen ik van een nichtje de ware toedracht hoorde. Pas toen vertelde mijn moeder dat ze als kind van zes naar het graf van haar vader had gezocht, maar dat niet vinden kon. In die tijd mocht je, na een zelfgekozen dood, namelijk niet in gewijde aarde begraven worden en kreeg je een naamloos graf aan de zijkant van het kerkhof. Dit is iets dat ik nog altijd niet verkroppen kan. Als oudste zoon ben ik naar hem vernoemd. Ik heet ook Joannes. Pas de laatste jaren kan zijn dood besproken worden. Met het verstrijken van de jaren voel ik steeds meer een bijzondere band met mijn opa die over de dood heen gaat. Ik kan me nu zo goed voorstellen hoe hij geleden moet hebben.

Bekend is dat de ochtenden het zwaarst zijn als je aan een depressie lijdt. Toch zet ik me er iedere dag toe om eropuit te gaan. Het is een strijd die je elke ochtend weer leveren moet. Naarmate de dag verstrijkt, voel ik me wat sterker worden. ’s Avonds kan ik redelijk normaal functioneren. Een vriendin leerde me: ‘Always do the next right thing.’ Dat is elke dag mijn motto en overlevingsdrang. Op betere dagen denk ik dat ik op de weg omhoog ben, om een week later opnieuw terug te vallen en weer wakker te worden met dat verschrikkelijke gevoel. Dat gaat met zoveel angst gepaard, dat ik het liefst onder de dekens wil kruipen en de dag over wil slaan. Terug naar die ‘rustige’ slaap waarin geen angst en pijn is.

Jan depressie stichting prachtmens
Effect op het dagelijks leven

Op dit moment slik ik drie soorten antidepressiva, hartmedicijnen en hiv-remmers. Ik denk dat ze iets met mijn hersenen doen en niet alleen maar in de gunstige zin van het woord. Vaak denk ik bij het wakker worden, als ik die pijn voel waarin angst, nervositeit en paniek zich samenballen, dat ik zo niet verder kan en wil. Maar ik wil niet opgeven. Die eigen kracht heb ik gelukkig nog steeds. Ik wil voor mijn familie en vrienden een voorbeeld van een doorzetter zijn, ook al moet ik dat uit mijn tenen halen.

Het feit dat mijn vaste werk wegviel, is van grote invloed geweest in mijn leven. Dat calvinistische zit diep, hoe hard ik ook probeer het eruit te krijgen. Had ik als onderwijzer de kinderen maar meer geleerd over hoe gelukkig te leven, in plaats van ze te leren waar Ter Apel ligt. Het is fijn dat ik in het voor- en najaar nog Engelse les geef aan groepjes volwassenen. Die lessen geven structuur en regelmaat aan mijn dagen. Het is vaak zwaar, maar zodra ik met de les begin ben ik in mijn element en gaat het beter. De periodes tussen de cursussen in zijn moeilijk. Ik moet dan een andere invulling van mijn dagen zien te vinden.

Zwemmen doe ik graag. Ik ben lid van een zwemclub. Als ik me slecht voel, kan ik me er meestal toch toe zetten naar het zwembad te gaan. Naderhand voel ik me beter, ook door het sociale aspect. Ik ga graag naar het theater en ik hou van de natuur. Ik probeer te blijven reizen om te ervaren dat je een depressie niet thuis kunt laten. De oppervlakkige buitenwereld denkt al gauw dat het weer goed met je gaat. Ook bij sommige hulpverleners heb ik dat gevoel. Je doet nog veel en men ziet je pijn niet echt. De mensen die ècht goed kijken moeten de wanhoop in mijn ogen kunnen lezen.

Jan depressie stichting prachtmens
Waar Jan van geniet

Dan zijn er de, overigens goedbedoelde, raadgevingen. ‘Oh, we hebben allemaal weleens een dip.’, ‘Kijk eens wat je allemaal hebt.’ of ‘Hup, je schouders eronder hoor!’ Mensen hebben geen idee! Iemand die aan een depressie lijdt, voelt zich in alles geblokkeerd. Je bent vleugellam. Zo voelt het ook letterlijk. Altijd heb ik hulp gezocht. Ook probeer ik van alles om te kijken wat helpt, of het nu yoga is of mindfulness. Artsen zeggen regelmatig dat bewegen je van een depressie afhelpen kan doordat je zo weer een stofje aanmaakt in je hersenen. Bij mezelf zie ik mijn depressie niet afnemen, ook al zwem, loop en fiets ik wat af.

Op televisie en in advertenties zie je vaak gelukkige, stralende mensen. Gezinnen met gezonde kinderen die naar zonnige stranden op vakantie gaan. Ik zou willen dat er een reëler beeld van het leven, van de maatschappij gegeven werd. Niets is wat het lijkt. Er is veel verborgen pijn en leed.

Na mijn dertigste ben ik zo veel mogelijk open geweest over alles wat me overkwam. Gedurende de jaren dat ik niet kon praten over mijn homoseksualiteit heb ik gemerkt dat zwijgen niet goed voor je is. Juist door openheid kom je erachter dat je niet de enige bent. Ik ben dus open over mijn leven, homoseksualiteit, hiv en depressie. Zodra ik besluit maar niets meer over de depressie te zeggen, om wat voor reden dan ook, denkt de omgeving al gauw dat het over is. Dat je erover heen bent. Het is ook heel moeilijk je in een ander te verplaatsen die lijdt aan iets dat je zelf niet kent. Iets wat zo ongrijpbaar is, vaak onzichtbaar ook. Mensen met een depressie zeggen daarom ook weleens: ‘Je kunt beter een been breken.’ Het zou zo fijn zijn als mensen zich wat meer zouden verdiepen in psychische ziekten en aandoeningen. Het zou dan minder moeilijk zijn erover te praten. Door mijn verhaal en ervaringen te vertellen, wil ik proberen anderen te helpen. Zo help ik ook mezelf.

Wat ik de wereld in wil schreeuwen is: laat iemand die in een depressie zit NIET alleen. Ook als je niet meer weet wat te zeggen. Zo iemand heeft bemoediging nodig. Zeg die enkele zinnetjes: ‘Hou vol hoor! Geef niet op! Je komt er weer uit!’ Maar ook: ‘We gaan samen wandelen, koffiedrinken, samen trainen.’ Geef hem of haar je onvoorwaardelijke liefde. Kijk de ander met open blik aan en kijk vooral niet weg, letterlijk. Oordeel niet. Blijf er voor me, laat me niet alleen worstelen met die ziekte die dodelijk kan zijn. Juist omdat anderen niet weten hoe ze moeten reageren verlies je contacten. Zelf voel ik me soms ook geremd, omdat ik anderen niet tot last wil zijn. Gelukkig zijn er ook mensen die wel begrijpen wat een depressie is en wat ze met je doet. Ik voel me gelukkig met een aantal mensen om me heen die een enorme steun voor me zijn. Mensen bij wie ik kan uithuilen en mezelf kan zijn. Dankzij hen ga ik door.

Als het weer beter gaat, zie je dat je weer wijzer geworden bent en ervan geleerd hebt. Je bent minder veroordelend naar andere mensen toe. Wie dieptes heeft gekend, waardeert des te meer de hoogtes. Mijn vurige hoop voor de toekomst is dat ik ook deze depressie achter me kan laten. Dat ik weer kan leven zonder angst of zielenpijn. Dat mijn lust om te leven weer terugkomt en ik van mijn pensioenjaren kan genieten. Dat ik het gevoel te moeten werken om te leven kan loslaten. Dat ik gelukkig kan zijn.”

© Stichting Prachtmens, 2017. Dit verhaal en de foto’s zijn gepubliceerd met toestemming van Jan.